elegance
interview only in dutch
tekst: Yolande Verheyen
Flashback: Threes Anna, leider van Dogtroep, wordt in 1998 weduwe en stopt met theatermaken. Flashforward: Vanmiddag heeft Threes Anna een vergadering over haar film en vanavond gaat ze met haar nieuwe lief naar de presentatie van haar tweede boek. Nu: Threes Anna over haar nieuwe begin.
Goldgupppie staat er in kloeke, blinkende letters op haar zwarte coltrui gemaasd. Het heeft dit visje de nodige jaren gekost om opnieuw te beginnen, maar het gespartel was niet umsonst. Nu de energie weer stroomt is Threes Anna niet meer te stoppen. De verbouwing van haar huis is slechts een van de projecten die ze onder handen heeft. De achterkamer annex keuken is een holle ruimte waar dadelijk bouwvakkers zullen klossen. Eén enkel, opmerkelijk meubel trekt de aandacht. Het is een op maat gemaakte aanrechtkast met verschillende laatjes, die Threes in de loop der jaren heeft verzameld. Van een rechthoekig metalen KLM-paneeltje tot een plat, houten laatje waar niet meer dan één enkele liefdesbrief in opgeborgen kan worden. In de voorkamer staat naast een provisorisch keukenblok een oude apothekerskast met rijen vakken en laatjes. Een geordende omgeving is onontbeerlijk voor Threes. ‘Mijn hoofd is een wirwar van ideeën, gedachtes’, vertelt ze. ‘De wereld om mij heen moet geordend zijn, dan mag het hier’, ze wijst op haar slaap, ‘een chaos zijn.’
Maar alle dierbare spullen moet ze wel elk moment kunnen koesteren. Vandaar dat er ook een antieke vitrinekast met persoonlijke relikwieën is. Sommige heeft Threes van haar reizen heeft meegenomen; een stuk wervelkolom van een springbok uit een Afrikaanse woestijn, een dierlijk schedeltje uit de Australische desert. Ontdaan van vlees en bloed refereren ze aan de broosheid van bestaan. Hoe vergankelijk is het leven. Ook in de kast: een foto van Marco Biagioni, die er niet van hield gefotografeerd te worden. Het kiekje toont een aandoenlijk stoere vagebond in een desolaat woestijnlandschap. Vegen smeer en motorolie op het tengere, pezige lijf. Daarnaast een plaatje van een watermolen aan een brede rivier. Op de voorgrond een dilettant die het idyllische tafereel naschildert. In zalige onwetendheid kijkt hij naar de plek waar Marco en Wieger Woudsma tijdens een kanotochtje verdronken. Verzwolgen door de enige kolk.
Door de dood van Marco veranderde Threes leven in één seconde ingrijpend. Mijn vertrouwde leven werd abrupt afgekapt. Het ene moment bestond het nog, het volgende niet meer.’ Ze kijkt me indringend aan. ‘Stel je voor: vandaag schijnt de zon en vanaf morgen regent het ineens vierenhalf jaar lang. Het is niet te bevatten wat het is om je partner te verliezen. Marco en ik waren negen jaar samen. We waren samen thuis of op reis, samen bij Dogtroep. Nu was ik weduwe. Weduwe, dat was iets voor oude vrouwen. Ik was pas achtendertig. En heel mijn leven zou ik weduwe blijven, zoals een moeder altijd moeder is ook al zijn haar kinderen dood.’
Op Marco’s begrafenis zei Threes dat ze opnieuw moest leren lopen, luisteren, praten, slapen. Koken en eten waren de enige handelingen die niet uit haar systeem waren verdwenen. ‘Ik heb het letterlijk zo ervaren dat ik alles opnieuw moest leren. Er is geen handleiding die je vertelt wat je moet doen’, legt Threes uit. ‘Natuurlijk kreeg ik steun van familie en vrienden, maar ik moest het zelf doen. Marco zat in elke cel van mijn lichaam. Ik moest hem kwijtraken uit elke vezel en toch behouden in mijn hart.’
Ze zocht professionele hulp bij een traumatherapeut. Voor de hulpverleenster was het een eenvoudig sommetje. ‘Je hebt je man verloren én een goede vriend, en ze waren ook nog eens je naaste collega’s. Reken op een rouwproces van tweeënhalf jaar’, hield zij Threes voor. Na twee sessies bleek al dat therapie geen soelaas bood. Met haar uitgesproken creatieve persoonlijkheid zat Threes anders in elkaar dan de gemiddelde cliënt. De therapeute kreeg geen grip op Threes, die op haar beurt weerstand voelde tegen de rechtlijnigheid van vooropgezette rouwprogramma’s. ‘Ik heb een creatief beroep en verwerk ervaringen in mijn werk. Alles wat voor mijn voeten valt, daar kan ik iets mee. Ook met het allerergste. Ik geef me over aan dat lot en daar schep ik mee.’ Uiteindelijk heeft ze drie verwerkingsprocessen gehad. Ze maakte er eerst een theatervoorstelling over, schreef toen een filmscenario en vervolgens een voor driekwart autobiografische roman.
Die eerste maanden na de dood van haar partner was Threes’ werk haar redding. Het verlies van Marco en Wieger, respectievelijk lichtontwerper en hoofdrolspeler van Dogtroep, kreeg vorm in het laatste programma dat ze als artistiek leider bij het vermaarde gezelschap maakte. Eenzaamheid was het thema van de voorstelling Hotazal (spreek uit als Hot as hell). ‘Ironisch genoeg was ik voor de dood van Marco al met dit thema bezig. Om mij in te leven in het thema dacht ik aan iemand die ‘s nachts alleen aan de lopende band staat. Wat een gotspe’, blikt ze terug.
Het basisidee voor Hotazel kwam van Threes. Daarna ging het het groepsproces in en werd het van iedereen. ‘Onze kunstvorm is onlosmakelijk verbonden met wat we als mensen meemaken’, vertelt Threes. ‘De desolate duinlocatie bij Paal 8 op Terschelling, waar we voor de repetities en het Oerolfestival waren, en de extreme weersomstandigheden met windkracht zeven pasten wonderwel bij onze innerlijke stemming. Het Dogtroep uit die jaren was een hechte club en iedereen was in de rouw. We konden elkaar troosten en steunen. Wij hadden elkaar en maakten een voorstelling als afscheid van Marco en Wieger. Dat is vijfhonderd keer groter en genezender dan tien jaar therapie op een stoel’
In november, nadat het toerprogramma was afgerond, kwam de kernploeg van Dogtroep in de werkplaats in Amsterdam bij elkaar. Er werd gesproken over opheffing van het gezelschap. Een paar dagen na de unanieme beslissing veranderden de enkele leden van gedachten. Een groepje zou een doorstart maken en Threes haar kennis aan hen overdragen. Voor het echter zover was, ontsloeg een bestuurslid de artistiek leider uit haar functie. Argument: Threes zou een remmende factor zijn bij de wedergeboorte van de nieuwe Dogtroep.
‘Weer een amputatie,’zegt Threes. ‘Ik kon niet eens afscheid nemen en kreeg een geheimhoudingsverbod opgelegd totdat bekend werd gemaakt wie mijn opvolger zou zijn. Ik was werkeloos en mijn mond moest op slot. Ik moest op zoek naar een nieuwe bron van inkomsten, maar moest verhullen dat ik weg was bij Dogtroep.’ Het leek haar goed een poos weg te gaan. Ze had altijd al binding gehad met het medium film. Het vage plan dat ze de laatste jaren koesterde: een scenario schrijven en dat zelf verfilmen kreeg steeds meer vorm. Nog dezelfde dag ging er anderhalf dozijn brieven uit met subsidieverzoeken voor een studiereis. Meerdere aanvragen werden gehonoreerd en Threes volgde film- en regiecursussen in Australië en Amerika. Ook verwierf ze een plaats aan het Bingerinstituut, de toen gloednieuwe postacademische filmopleiding.
Gelukkig, ze had nieuw houvast. Een nieuwe invulling. Want in tijden van ledigheid vloog het verdriet haar naar de strot. ‘Ik moest bezig zijn. Altijd. Ik zocht steun in het maken van dingen. En als er even niks te scheppen viel, bedacht ik klusjes. Boodschappen doen, mijn haar knippen, de vloer schilderen of koken. Ik richtte grote diners voor vrienden aan, want die brachten weer warmte en leven in huis.’
Zelf was ze als verdoofd. Ze voelde niets meer, was nergens bang voor. In de hoop iets te voelen zocht ze extremen op; zwemmen in een ijs- en ijskoude Noordzee, op de motor - zonder helm op landwegen jakkeren. Ze ging naar Zuid-Afrika dat in die tijd uitermate gevaarlijk en gewelddadig was. Voor haar film over dood en eenzaamheid sprak Threes in amper drie weken tijd met vijfenvijftig, voornamelijk zwarte Zuid-Afrikanen. Van een aan Aids lijdende, zwerende bedelaar tot een slachtoffer van verkrachting. Van de burgemeester van Johannesburg tot de moeder van een crimineel. Ze kwam in krottenwijken, townships en dorpen in de bush. Ik was zelf open en kwetsbaar en daardoor durfden mijn gesprekspartners zich ook open en kwetsbaar op te stellen. Het was anders geweest als ik daar was gekomen als arrogant, wit wicht. Ik kwam wel verhalen halen, maar ik gaf ook veel. Ik wist wat pijn was, gaf een echt luisterend oor.
Naast het gebrek aan emotie, was er toch één alles overheersend gevoel waar ze zich totaal geen raad mee wist: een verlangen naar seks en lijfelijkheid. Het lijkt logisch de dood bezweren met een daad die leven brengt. Toch vond Threes haar behoefte onbegrijpelijk en als ze het thema al aan durfde roeren, bleek er een taboe op te rusten. Een weduwe die aan seks denkt. Ik was weer op de markt. Het spel van jagen en gejaagd worden begon weer. Ik flirtte. Ik heb altijd van flirten gehouden, maar nu deed ik het noodgedwongen. Ik was immers gelukkig met iemand waarmee ik tachtig had willen worden. Tot vrijen kwam het anderhalf jaar lang niet. Ze wilde wel, maar kon het niet. ‘Ik was met elke cel aan Marco verknocht en kon die stap niet zetten. Achteraf denk ik dat veel mannen de boot hebben afgehouden. Die zagen dat ik om een andere reden wilde vrijen, met de moed der wanhoop.’
Tijdens een reis, wederom door Afrika, ontmoette ze een bijzondere man een zwarte activist - die haar ook heel bijzonder vond. Threes: ‘De eerste keer was dat we vreeën, was het alsof ik mijn maagdelijkheid opnieuw verloor. Door de rouw was ik een nieuwe vrouw geworden. Onaangeraakt. Maagdelijk. En hoe mooi het samenzijn ook was, het deed ook pijn. Want met deze nieuwe verliefdheid, nam ik tegelijkertijd weer een beetje afscheid van Marco.’ De strijder gaf Threes een groot cadeau. Ze hervond haar vrouwelijkheid en kreeg weer plezier in het leven. ‘We vreeën en gingen toen naar een feest. Opeens bleken alle bakens verzet. Ik merkte het aan hoe de mensen op mij reageerden. Ik stond weer open, stond anders in de wereld. De rouw was uit mijn ogen.’
Na het onderzoek rond dood en eenzaamheid in dunbevolkte gebieden in Afrika, kreeg Threes weer interesse in het leven. Ze reisde af naar Bombay, een van de drukst bevolkte steden ter wereld. Na de rauwheid en het geweld van ‘het zwarte continent’ dook ze nu onder in een harmonieuze smeltpot. ‘Het leven vloeit in Bombay’, zegt Threes. ‘Rijk en arm, van tientallen verschillende religies, uit verschillende kastes leven er vreedzaam naast elkaar. In Europa bewegen mensen zich hoekig, zonder zich erom te bekommeren of ze tegen een ander aanbotsten. In Bombay lijken de mensen om elkaar heen te dansen. En dat geldt voor alle aspecten in het leven.’ India deed haar goed.
De stijgende lijn zette door in Amsterdam. Het verdriet was niet meer alom tegenwoordig en steeds vaker brak ze uit haar zelfverkozen isolement. Ze was blij met de eerste keer dat ze weer bang was ‘een teken dat ze weer leefde!
Na enkele tussenpausen vond ze een man die écht de moeite waard was. ‘We zijn allebei wat ouder en rennen niet meer als kalveren door de wei. We genieten ervan elkaars wereld te ontdekken. En A. accepteert dat er altijd een derde is. Ik heb een vriend gehad die moeite had met Marco’s aanwezigheid. Die relatie had dus ook geen toekomst. Van een man die jaloers is op Marco kan ik niet houden.’
Al met al heeft het rouwproces ruim vierenhalf jaar geduurd. Toen Threes in haar laptop bij toeval op schrijfsels stuitte van eigen hand, maar waar ze zich totaal niet in herkende , kwam ze op het idee deze periode te documenteren. Het resulteerde in haar debuutroman De kus van de weduwe. ‘Het erge is dat het zo lang duurt. Het verdriet beukt dag en nacht, onophoudelijk. Als ik heel erg moe ben of een project heb afgerond, kan ik nog steeds een verdrietdag hebben. Dan gaat het deksel weer open en speelt het verdriet om Marco op en vrees ik de dood van dierbaren. Voor mijn eigen dood ben ik niet bang, maar voor die van A. of van mijn vader’ Als de telefoon na elf uur ‘s avonds gaat, denk ik: het is weer zover. Ik heb gezien hoe vergankelijk het leven is. Het kan zó afgelopen zijn en ik wil geen tijd verliezen. No time to waste. Geen dag mag zinloos zijn. Elke dag moet er wat gebeuren’
Het was ook de prikkel voor haar tweede boek, Motormoeder, dat onlangs verscheen. Threes schreef het in vier weken tijd toen de geplande verfilming van haar scenario onverwacht werd uitgesteld. Ze voelde direct de zuigkracht van het zwarte gat en belde ‘s avonds nog haar uitgever. Ze zette een synopsis op papier en hoorde de volgende dag dat ze aan de slag mocht. ‘Mijn vorige boek ging over een geslagen vrouw. Motormoeder is niet autobiografisch, maar er is zeker verwantschap tussen de hoofdpersoon en mij: we zijn gretig in het leven’
tekst: Yolande Verheyen/ fotografie: Maarten Schets / styling: Wenda Rietveld/ haar & make-up: Jeannette van Bennekum/ kleding
11 April 2005
